Oneerlijk prijswijzigingsbeding van Vattenfall
Op 10 april 2026 heeft de rechtbank Amsterdam opnieuw geoordeeld dat een variabel prijswijzigingsbeding van Vattenfall jegens consumenten oneerlijk is. Daarmee bevestigt de kantonrechter de inmiddels bestendige lijn in de lagere rechtspraak.
De kantonrechter overweegt nadrukkelijk dat dergelijke vorderingen niet zijn verjaard en dat consumenten dus nog steeds hun rechten kunnen uitoefenen.
Samenvatting van het oordeel
De kantonrechter vat het eigen oordeel als volgt samen:
Samenvattend is sprake van een ruime wijzigingsbevoegdheid voor Vattenfall, met enige begrenzing door haar wettelijke verplichting om energie tegen redelijke prijzen aan te bieden. De consument heeft niet alleen nadeel van het prijswijzigingsbeding, omdat het ook kan leiden tot prijsverlagingen. Het beding is echter niet transparant over waarom, wanneer, hoe vaak en hoe hoog prijswijzigingen worden doorgevoerd. Een consument die met voor hem onacceptabele wijzigingen wordt geconfronteerd kán de overeenkomst opzeggen, want er zijn alternatieven. De consument zal echter wél enige tijd gebonden zijn aan het ongunstige tarief. Op basis van deze omstandigheden mocht Vattenfall er naar het oordeel van de kantonrechter redelijkerwijs niet van uitgaan dat [eiser] ook met het prijswijzigingsbeding zou hebben ingestemd als daarover zou zijn onderhandeld. Naar het oordeel van de kantonrechter is sprake van een aanzienlijke verstoring van het contractuele evenwicht in strijd met de goede trouw. Het prijswijzigingsbeding is oneerlijk en zal dus worden vernietigd.
Dit soort uitspraken laat zien dat de problematiek actueel is.